Blogger. Geek. Techie.

Recente Foto's

 

 

Logitech Support

Anderhalf jaar terug kocht ik mijn eerste trackball: de Logitech Cordless Optical Trackball. Deze “omgekeerde muis” doet vandaag nog steeds dienst en is eenmaal je er gewoon aan bent, een onmisbaar attribuut van je computer. Na enkele maanden dagelijks gebruik, merkte ik opeens iets eigenaardig aan de trackball: het leek alsof er een soort van plastic beschermfolie op de buitenkant zat die stilletjes aan begon los te komen!

Aangezien de trackball nog altijd perfect werkte en dit “probleem” louter estetisch was, trok ik me er eigenlijk niet veel van aan… tot voor kort. Ik weet niet precies waarom, maar opeens kreeg ik er genoeg van en wou ik een oplossing. Contact nemen met HCW – de winkel waar ik de trackball kocht – daar had ik niet veel zin in. Ik zou waarschijnlijk mijn trackball moeten binnenbrengen, laten opsturen en na een lange wachtperiode nogmaals tot in de winkel moeten gaan om mijn (hopelijk) nieuwe muis in ontvangst te nemen. Too much of a hassle!

In plaats daarvan heb ik een ticket geopend bij Logitech zelf, via hun support website om precies te zijn. Een dag nadat ik het ticket gelogd had, kreeg ik al een mailtje terug met de vraag of ik mijn factuur nog had. Als ik een kopie van het aankoopfactuur kon doorsturen, dan stuurden ze me dadelijk een nieuwe trackball. Als ik het factuur niet meer had, dan kreeg ik ook een nieuwe trackball, maar dan zou de procedure iets langer kunnen duren.

No worries! Ik had mijn factuur netjes in mijn facturenmap zitten en de volgende dag zat er een ingescande kopie van het factuur in de mailbox van Logitech. Daags nadien kreeg ik opnieuw een mailtje terug met daarin een tracking nummer en de melding dat mijn nieuwe trackball was opgestuurd. Precies twee dagen later stond UPS voor de deur met een gloednieuwe trackball!

Ik weet niet wat u ervan denkt, maar voor mij is zulke service een reden te meer om bij de volgende aankoop opnieuw Logitech te kiezen! Way to go guys!

Nikon MB-D80

Een tijdje terug schreef ik een blogpost over de “third party” battery grip voor mijn D60 – de Hähnel HN-D60. Tot op vandaag ben ik daar nog altijd heel erg tevreden van en raad ik elke D60 gebruiker aan om dit accessoire eens van dichtbij te bekijken, ook als je niet veel portret foto’s maakt. De body ligt veel beter in de hand, waardoor je met nog meer enthousiasme naar je camera zal grijpen ;-).

Toen mijn D90 geleverd werd, wist ik niet wat te verwachten. Vanzelfsprekend had ik al eens met een D90 gespeeld, maar die paar minuutjes geven je geen echte indruk over hoe het toestel bij langdurig gebruik in de hand ligt. De body is gevoelig groter en zwaarder dan zijn kleiner broertje, maar na een dagje experimenteren wist ik hoe laat het was: ook voor mijn D90 moest er een battery grip gekocht worden.

Voor de D90 maakt Nikon zelf een battery grip (in tegenstelling tot de D60 waar je bent aangewezen op derden) – de MB-D80 – waardoor je het voordeel hebt dat de grip zowel een ontspanknop als de twee instelwieltjes voor de shutter / aperture bevat! Deze toevoegingen maken het erg handig om in portret-modus foto’s te schieten en zijn zonder twijfel een toegevoegde waarde aan de Nikon grip.

De MB-D80 biedt verder ook plaats aan twee Nikon batterijen of een setje AA-batterijen met de bijgeleverde houder. De installatie is eveneens simpel en verschilt niet van de HN-D60.

  • Batterijklepje losmaken.
  • Batterijklepje opbergen in de grip zelf (kwestie van het niet te verliezen).
  • De MB-D80 in het batterijcompartiment schuiven.
  • De “base” vastschroeven aan de body met behulp van het monteerpunt voor het statief.
  • Done!

Wanneer je AA-batterijen gebruikt, is het belangrijk dat je het goede batterijtype instelt in het MB-D80 menu op de D90. Op dit moment gebruik ik slechts één EN-EL3E batterij die erg lang meegaat. Op termijn is het de bedoeling om er nog een tweede bij te kopen zodat zowel de gebruiksduur van de camera als het gewicht van het geheel (body + grip) toeneemt.

Over de aankoopprijs van de Nikon MB-D80 kan ik bondig zijn: die ligt met zijn 140€ redelijk hoog voor wat het uiteindelijk is: een stukje plastic met een batterijhouder en wat knopjes. De afwerking is wel goed en sluit mooi aan bij de afwerking van de body. Dit maakt dat ik  uiteindelijk wel moet toegeven dat het gebruiksgemak van de D90 er serieus op vooruitgegaan is, waardoor de investering voor mij de moeite waard is. Het moet wel gezegd worden dat de ontspanknop op de grip erg gevoelig is in vergelijking met die op de body.

Kortom: een aanrader voor mensen die op zoek zijn naar meer houvast bij hun D90 ;-).

Backup & Recovery Specialist

Gisteren was het voor de verandering nog eens tijd om een examen af te leggen. Deze keer stond er een EMC examen – E20-597 om precies te zijn. Het E20-597 examen staat voor het behalen van het “Backup and Recovery Specialist for Storage Administrators” certificaat en was een hindernis die ik werkgerelateerd al een paar maandjes op mijn agenda had staan.

Over het examen zelf kan ik redelijk kort zijn: ik vond het niet het makkelijkste examen dat ik al afgelegd heb. Veel supergedetailleerde vragen met een serieus doorgedreven technische dieptegang, waardoor multiple choice vragen eerder een vergiftigd geschenk worden. Veel antwoorden gelijken erg op elkaar, waardoor het niet moeilijk is om je te vergissen natuurlijk.

Het examen zelf telt 61 vragen en je moet 67% scoren om te slagen. Na iets meer dan dertig minuten was ik klaar, maar omdat ik mezelf naderhand al ken, heb ik nog is zoveel tijd gebruikt om alles na te lezen. Niet veel later stond er op het computerscherm dat ik geslaagd was met een score van 71% – niet “cum laude”, maar wel geslaagd.

Op naar de volgende uitdaging…

Nikon D90

Een jaartje terug sprong ik in mijn eerste DSLR avontuur – de Nikon D60 werd mijn partner in crime. Vandaag is mijn D60 nog steeds een goede vriend die zichzelf verrijkt heeft met enkele objectieven, een battery grip, een flitser,… en nog ander leuk materiaal. Echter, na een jaartje experimenteren met fotografie, durf ik te stellen dat ik tegen de beperkingen van mijn D60 begin aan te lopen.

Enkele zaken die mij na ongeveer 10.000 foto’s het meest storen, zijn:

  • 3 AF-punten is weinig
  • Alles boven ISO800 bevat teveel ruis
  • Geen mogelijkheid om de body als commander voor mijn SB-600 te gebruiken
  • Geen extern schermpje waarop ik de settings in een oogopslag kan aflezen
  • Slechts één selectiewiel (voor de shutter) wat toch lastig werken is op de “M” stand
  • Geen “echte” battery grip beschikbaar (lees: met selectiewielen en afdrukknop)

Bovenstaande “minpunten” zijn eigenlijk niet onoverkomelijk, maar wegen toch genoeg door om naar een nieuwe body uit te kijken. Dat de nieuwe body opnieuw van Nikon-makelij zou zijn, stond als een paal boven water – kwestie van al het extra materiaal te kunnen gebruiken op de nieuwe body. Full frame was niet echt een optie omdat ik ten eerste geen professioneel fotograaf ben en ten tweede geen zin had om mijn verzameling objectieven het raam uit te gooien.

In het DX gamma waren er twee modellen die mijn aandacht trokken: de D90 en de D300S. Die eerste is het topmodel van de consumer reeks terwijl de tweede de lijst van de pro-sumer aanvoert. Ten opzichte van de D90 heeft de D300S wel enkele features extra, maar als je de prijskaartjes naast elkaar legt, zie je dat je voor die extra’s ongeveer het dubbele betaalt! Een opoffering die ik niet meteen zag zitten en dus meteen ook een knoop die doorgehakt werd: de Nikon D90 zou mijn nieuwe DSLR worden.

Vorige week vrijdag werd hij geleverd. De D90 zonder meer, geen kitlens, geen andere toebehoren. Enkel de body met bijhorende strap, een batterij met batterijlader en een beknopte handleiding. Meer moet dat niet zijn want alle toebehoren van mijn D60 passen zonder enig probleem op de nieuwe aanwinst.

Ondertussen zijn we een week verder en heb ik al wat kunnen spelen met de D90 – het toestel leren kennen zeg maar. Wat opvalt is dat er op de D90 een hoop extra knopjes staan die het leven serieus gemakkelijker maken. Eigenlijk moet je bijna nooit het menu raadplegen om instellingen aan te passen. Alles kan via een dedicated knopje in combinatie met de selectiewieltjes. Handig en vooral snel!

Een ander opvallend verschil zit in de prestaties bij weinig licht. Hier ging de D60 nogal snel uit de bocht terwijl de D90 met “flying colors” er doorheen walst. ISO waarden van 1600 en zelfs 3200 leveren mooie resultaten op, wat in combinatie met mijn Nikkor 35mm F/1.8 serieus veel plezier oplevert. Ook de extra AF-punten maken het allemaal net iets gemakkelijker, al moet ik toegeven dat focussen en dan herkadreren al een automatisme geworden was.

Zonder twijfel heeft de D90 nog heel wat in petto, maar tot nu toe ben ik aangenaam verrast en voldoet de D90 aan alles wat ik verwacht had. De D60, die is nog niet afgeschreven. Voordien moest ik regelmatig van lens wisselen omdat ik meestal met de 35mm in de aanslag rondloop, maar op regelmatige basis mijn Sigma 10-20mm of een zoom-lens nodig heb. Nu ik twee bodies heb, kan de 35mm op de D90 zitten terwijl de 10-20mm op de D60 blijft staan. Hierdoor moet er enkel nog geswapt worden wanneer ik een zoom-lens nodig heb – perfect!

Hou mijn Flickr in de gaten, want één van de komende dagen upload ik de resultaten van mijn eerste stapjes met de Nikon D90.

Blur

Vandaag een coole trailer ontdekt van een aankomend XBOX360 game “Blur” genaamd. Auto’s, wapens en teamplay. Let the games begin!

Mobiel Labo

Mijn ThinkPad volgt mij professioneel gewijs altijd en overal en aangezien ik vaak dingen moet kunnen testen, draait er op mijn laptop VMWare Workstation 7 – gratis gekregen door toe te treden tot de VCP4 kudde – met daarin een mobiel labo. Op dat mobiel testlabo draait een serieuze waslijst aan servers:

  • VMWare ESX 3.5 Server
  • VMWare ESX 3.5 Server (kwestie van VMotion te kunnen doen met de eerste)
  • VMWare VCenter Server voor bovenstaande ESX servers
  • VMWare vSphere 4 Server
  • VMWare vSphere 4i Server
  • VMWare vSphere 4i Server (kwestie van VMotion te kunnen doen met de eerste)
  • VMWare VCenter vSphere Server voor bovenstaande vSphere ESX servers
  • Openfiler iSCSI SAN emulatie server
  • Wiki Server waarin ik veel documentatie en info dump
  • Drie W2K3 SP2 servers die dienst doen als Active Directory, DHCP en DNS servers (twee van de drie) en als test server
  • Windows XP Pro test machine
  • VCB Server zodat ik VMWare Consolidated Backup kan testen in bovenstaande omgeving
  • Networker Server met zoals de naam al doet vermoeden EMC Networker Backup Server

Alle servers tegelijkertijd laten draaien is geen optie omdat er niet genoeg geheugen / CPU rekenkracht in mijn ThinkPad (of eender welke andere laptop for that matter) zit om dat mogelijk te maken zonder dat alles aan een slakkegangetje vooruit gaat. Gelukkig heb ik ook nooit alle servers tegelijkertijd nodig, maar het gebeurt wel eens dat er twee ESX servers + een VCenter + VCB + een Networker server tegelijkertijd draaien, wat als geheel toch een serieuze impact heeft op de beschikbare resources.

Mijn laptop beschikt over 4GB RAM en een dual-core Intel Centrino 2 processor op 2.0GHz wat net genoeg is om een deftige testomgeving werkbaar te maken. VMWare Workstation levert goed werk door de beschikbare resources deftig te managen waardoor alles werkt zoals ik verwacht. Er is echter één bottleneck waar geen enkele software iets aan kan doen: de harde schijf.
Hoe je het ook draait of keert, het geheel loopt op één enkele “spindle” oftewel harde schijf, wat nefast is voor de performantie. Zowel de virtuele machines als het host-besturingssysteem – mijn Windows 7 dus – gebruiken dezelfde harde schijf en allemaal op verschillende momenten – problematisch!

Om dit te counteren zit er in een van de PC-Card sloten een SSD-disk van 48GB waarop naast een “ReadyBoost” partitie (extra swapfile waardoor Windows iets pittiger zou moeten zijn), de “zwaardere” virtuele machines draaien. Meestal zijn dit de ESX servers, maar het gebeurt al eens dat ik er SQL servers op draai (veel I/O).

Maar daarmee is mijn probleem nog niet volledig opgelost! 48GB is leuk, maar eigenlijk veel te weinig. Een SSD van 128GB of 256GB zou al beter zijn, maar ik heb niet direct zin om meer dan 500€ uit te geven. Ik zocht een goedkope oplossing die mobiel is en toch extra performantie met zich meebrengt. U raadt het al, ik heb een externe harde schijf ter hulp geroepen.

Mijn keuze is gevallen op de iOmega Select Mobile Hard Disk van 500GB. Het “Select” gedeelte wijst er in feite op dat het over een budget harde schijf gaat, maar de term budget is nogal slecht gekozen. De duurdere broertjes hebben meestal een mooiere shell (al vind ik de mijne ook wel netjes), krijgen er “gratis” backup software bij (die ik toch niet gebruik) en beschikken soms naast USB2.0 ook over FireWire / eSata aansluitingen. Die laatste had ik eventueel wel zien zitten, maar ik had geen zin om daarvoor twee keer zoveel geld uit te geven. En dus was de keuze snel gemaakt – 69€ voor een mobiele schijf van 500GB. Let op: het gaat hier over een 2.5″ exemplaar dat stroom via de USB-poort krijgt, niet over een “gewone” 3.5″ externe schijf met aparte voeding. Ik ben me bewust dat je daar meer opslag / snelheid voor je geld krijgt, maar de focus lag op mobiel.

Waar vroeger een waslijst aan virtuele machines op mijn laptop disk stonden te pruttelen, is de impact vanaf nu verdeelt over mijn externe mobiele schijf en mijn interne SSD van 48GB. Deze combinatie houdt mijn laptop snel zodat ik naast mijn testlabo ook nog andere dingen kan doen, iets wat vroeger meestal onmogelijk was.

De enige bottleneck die ik nu nog heb is het RAM geheugen en de CPU, en dan vooral dat eerste. Mijn laptop kan met 4GB uitgebreid worden tot een totaal van 8GB intern geheugen, maar de kostprijs van 400€ vind ik er een beetje over… dus voorlopig doen we het zo, tot de prijzen van het RAM geheugen weer eens in elkaar zakken ;-).

State Of The Internet

Leuke presentatie over het internet. Ideaal voer op een zaterdagvoormiddag me thinks. Via Steve.

More Human Than Human

Gisterenavond werd mijn geduld eindelijk beloond: Alex Agnew met “More Human Than Human” trad op in Het Depot te Leuven. Mijn tickets had ik vorig jaar ergens in juni al besteld dus impulsief kan je het niet echt noemen. Ja, het was lang wachten, maar het was echt het wachten waard.

Dit was de eerste keer dat ik Alex live zag optreden, maar ik heb natuurlijk zijn twee vorige shows op DVD en talloze optredens op Comedy Casino gezien en ik kan alleen maar zeggen dat het “in het echt” nog veel beter is. Geen onderwerp is veilig, alles kan en alles mag. Zelfs on-stage improvisatie is “not an issue” en het materiaal vliegt eruit alsof het niets is!

Ik heb twee uur gelachen en plezier gehad, en dat voor iets minder dan 20€! Geen slechte investering als je het mij vraagt en zonder twijfel voor herhaling vatbaar!

Als u nog geen tickets hebt, overval dan een bank, bedreig mensen met  een AK-47 (just kidding!),… kortom zorg dat u kaarten hebt en ga naar Alex kijken! U zal het u niet beklagen.

Verandering!

Vandaag was er een bedrijfsvergadering voorzien @ work en daar heb ik samen met de collega’s vernomen dat onze werkgever vanaf vandaag deel uitmaakt van de Tech Data / Azlan groep. Dit impliceert dat de assets van mijn werkgever – waaronder de werknemers – vanaf heden ook deel uitmaken van diezelfde groep. De praktische kant van al dat gebeuren is nog maar net van start gegaan, maar vanaf vandaag heb ik dus een nieuwe werkgever.

Voor zij die Tech Data / Azlan niet kennen – het is een Fortune 500 multinational die zich bezig houdt met alles wat gerelateerd is aan computers en IT. Tech Data is een distributeur van een heleboel merken terwijl Azlan de kaart trekt van services. Samen zijn ze dus een value-added distributor met veel know-how en financiële slagkracht.

Ik kijk al uit naar de nieuwe opportuniteiten, de resources waaruit er getapt gaat kunnen worden en de projecten die in de pipeline komen te zitten! De persmededeling kan u hier lezen.

Gelukkige…

… verjaardag @junni! 29 jaar crosst / racet hij vandaag rond op ons planeet en dat verdient een welgemeende proficiat! Bij deze… maak er een leuk dagje van en niet te zot doen eh ;-).

vSphere Lectuur

Deze namiddag mijn geliefkoosde webshop nog eens opengedaan en mezelf getrakteerd op nieuwe VMWare vSphere lectuur: Mastering VMWare vSphere van Scott Lowe, een man met kennis van zaken die tevens een interessant blog heeft.

Ik verwacht het boek maandag in de brievenbus – verwacht u aan een boekbespreking in de loop van volgende week!

Silence

Het is hier de voorbije weken iets kalmer dan gewoonlijk, maar ik heb enkele goede excuses opgelijst om mij te verantwoorden (misschien had ik die tijd beter gebruikt voor een meer interessante blogpost?):

  • Het bouwproject
  • Het bouwdagboek van bovenstaand bouwproject (als u het nog niet ontdekt had, ga gerust eens piepen!)
  • Mijn studies voor het behalen van mijn EMC Backup & Recovery Specialist certificaat
  • Werkgerelateerde projecten (data-deduplicatie vooral)
  • Opzetten / updaten van mijn VMWare Lab (later meer hierover)

U vergeeft het mij dus wel als het hier nog een paar dagen kalmer aan toe gaat? Hoe uw RSS-feeds in de gaten en in tussentijd stel ik voor dat u mijn andere blog / bouwdagboek eens van dichtbij bekijkt.

vSphere PowerCLI

De laatste dagen amuseer ik mezelf meer en meer met het creëren van Powershell scripts voor VMWare. Powershell op zich is al een erg interessante scripting taal die al zijn voorgangers op serieuze achterstand zet en naar mijn mening zeer toegankelijk is, ook voor niet-programmeurs zoals mezelf.

Om Powershell los te laten op VMWare omgevingen, heb je een extra tooltje van VMWare zelf nodig: vSphere PowerCLI (werkt perfect met VI3 hoor) dat te downloaden is op de VMWare website. Samen met de standaard Powershell installatie geeft die plugin je een waaier van opties die serieus de moeite zijn voor alle VMWare admins out there.

Persoonlijk heb ik een aparte virtuele machine in mijn omgeving waarop ik allerhande management / monitoring tools installeer voor de VMWare omgeving. Dit zorgt er niet alleen voor dat elke admin toegang heeft tot de logs en de mogelijkheden van de eerder genoemde tools, maar ook dat je computer niet moet blijven opstaan (lees: niet gereboot mag worden) omdat er één of ander script aan het lopen is.

Eenmaal alles deftig geïnstalleerd is, is the sky the limit. Virtuele machines aanmaken, deleten, starten, stoppen, snapshotten, herconfigureren, clonen, migreren,… you name it. Vaneigens mag je de scripts van “scratch” opbouwen, maar zelf vind ik het nogal dom om telkens opnieuw het warme water te gaan uitvinden, dus is Google mijn beste vriend ;-). Zoek met enkele keywords naar een goed basisscript en pas dit dan aan naar gelang wat je nodig hebt.

Does the trick over here! Mijn recentste “creatie” is een scriptje dat alle virtuele machines in de resource pool “Production” afloopt en alle snapshots verwijdert die ouder zijn dan 15 dagen. Aangezien ik voor backup redenen van de productie-VM’s wekelijks een snapshot maak, zorgt dit script ervoor dat de er nooit meer dan twee snapshots beschikbaar zijn. Dit houdt de machine snel en neemt de manuele arbeid om de snapshots te deleten uit de vergelijking. Plus je kan die scripts in een schedule draaien zodat die zaken gewoon ’s nachts kunnen lopen.

De code:

$a = get-vm -Location Production;Get-Snapshot $a | Where { $_.Created -lt (Get-Date).AddDays(-15)} | remove-snapshot -Confirm:$false

Het script zoekt alle virtuele machines in de resource pool “Production” en plaats die lijst in de variabele “a”. Die informatie wordt “gepiped” naar het volgende commando waar de virtuele machines die in lijst “a” zitten gescand worden op snapshots die ouder zijn dan 15 dagen. Alle snapshots die ouder zijn dan de vooropgestelde periode worden verwijderd zonder dat er een confirmatie van de admin moet zijn.

That’s it.

Snelheid & Datalimieten

Er woedt een nieuwe oorlog in ISP land beste lezers! Telenet heeft een paar weken terug snelheidsverhogingen aangekondigd op al hun bestaande abonnementen – check Userbase voor al de cijfers – waardoor bijvoorbeeld mijn Turbonet van 25Mbps naar 40Mbps download gaat.

Op zich is dat al een goed signaal (het zou gaan tijd worden gezien onze internet prijzen vergeleken met de buurlanden), maar je kan je natuurlijk afvragen wat je met 40Mbps kan aanvangen als je nog altijd tegen die 100GB limiet aanzit? En dan spreek ik over Turbonet, het (op één na, maar daarover straks meer) duurste internetabonnement van Telenet. 40Mbps komt in theorie overeen met 5MB/s. 100GB = 100.000MB dus in principe (als de servers waarop je connecteert het toelaten) kan je je volledige datalimiet erdoor jagen in minder dan zes uur. In theorie weliswaar! En zonder uploadverbruik mee te rekenen.

Telenet (en de andere ISP’s) goochelen met de stelling dat slecht een kleine groep van hun klanten tegen die limieten aanlopen. Ik zeg dat dat de reinste onzin is. Mensen die een keer per dag hun mail lezen, jep. Die hebben belange geen 100GB nodig. Maar andere “onliners”, die video streamings bekijken (en liefst in 1080P kwaliteit), die online games spelen en downloaden via o.a. de XBOX360, de PS3 en de gewone PC, die ettelijke gigabytes aan foto- en videomateriaal op Flickr of Vimeo gooien,… die gebruikers komen toch al snel aan hun limieten me dunkt.

Zelf verbruik ik gemiddeld 80GB per maand met mijn Turbonet, maar dat komt deels omdat ik het geluk heb dat mijn werkgever een “unlimited” abonnement heeft, waardoor ik bijvoorbeeld Technet images (Microsoft software portaal voor IT Pro’s) op het werk kan downloaden in plaats van thuis. Als ik u vertel dat een gemiddelde image van bijvoorbeeld een Windows 7 DVD meer dan 2GB groot is, dan begrijpt u toch dat een abonnement met 20GB datalimiet per maand een lachtertje is?

En dan heb ik het nog niet over films huren via XBOX360, muziek downloaden via iTunes en online backups maken van je gegevens via Mozy.

Het computergebruik is van een offline bezigheid geëvolueerd naar een online gebeuren, waardoor een rijkelijke internet uplink een noodzakelijk kwaad is geworden. Geen connectie = geen fun, geen business, geen backups, geen muziek en geen video.

Maar daar stopt het verhaal niet. Telenet heeft nog een aankondiging gedaan, namelijk dat ze Eurodocsis 3.0 gaan implementeren, waardoor hogere up- en downloadsnelheden mogelijk zijn. Om dit kracht bij te zetten, heeft Telenet een nieuw abonnement voor de eerder omschreven “onliners” in elkaar geknutseld: FiberNet.

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, gaan ze geen optische kabel tot in de woonkamer brengen, maar willen ze fiber-snelheden aanbieden via de kabel. Concreet komt het er op neer dat je met FiberNet een downloadsnelheid krijgt van 100Mbps en een uploadsnelheid van 5Mbps! Geweldig, super, fantastisch! De bijhorende datalimiet op 100GB laten staan zou om te lachen zijn en dus trekken ze die voor FiberNet op naar 250GB – een kwart terabyte dus.

Schitterend initiatief Telenet, maar waarom 250GB? Met zo een supersnelle connectie zou ik eerlijk gezegd 500GB of onbeperkte datalimieten meegeven. FiberNet zal dus 2.5x sneller zijn dan TurboNet, waardoor je net zo rap door die 250GB zal zijn als met Turbonet door de 100GB.

Het enige dat Telenet ons nog niet gezegd heeft, is hoeveel al dit lekkers moet kosten. De “gewone” snelheidsverhogingen krijgen we er gratis bij, maar voor FiberNet gaan we volgens mij diep in de portemonnee moeten tasten. Aanstaande maandag 8 februari gaat Telenet de prijs mededelen tijdens een persconferentie. Ik ben benieuwd!

Maar wat wil dit allemaal zeggen voor Belgacom? Want met ADSL/ADSL2/VDSL kunnen ze met de beste wil van de wereld niet meedingen in de snelheidsrace die Telenet op ons loslaat. In het beste geval klok je af op 24Mbps, er van uit gegaan dat je aansluitbaar bent én dicht genoeg bij de centrale woont. De toekomst zal zonder twijfel een oplossing brengen waardoor Belgacom ook met de 100Mbit grens kan flirten, maar in tussentijd moeten ze iets doen alvorens al hun klanten naar Telenet verhuizen.

En dat is precies wat Belgacom vandaag gedaan heeft. Ze hebben hun internet abonnementen allemaal een upgrade gegeven in de zin van meer download- en uploadsnelheid en een grotere datalimiet. Het zwaarste abonnement, de “Internet Intense” formule, is de kers op de taart. De downloadsnelheid krijgt maximaal 20Mbps (niets spectaculair) en de uploadsnelheid klokt af op 2Mbps (0,75Mbps sneller dan Telenet zijn Turbonet). Maar het pareltje zit verborgen in de datalimiet: er is er helemaal geen meer!

Inderdaad, Belgacom countert Telenet’s aankondiging door als eerste grote speler de datalimiet af te schaffen op hun zwaartste internetaansluiting. En de prijs valt ook goed mee: 56€ per maand. Knap gespeeld en recht in doel bij hun grootste concurrent uit Mechelen.

Volgens mij gaat Telenet geen andere mogelijkheid zien dan ook naar een onbeperkte datalimiet te switchen voor hun duurdere abonnementen en tegelijkertijd de datalimieten op al hun andere formules op zijn minst te verdubbelen.

Per slot van rekening is er toch maar een heel klein deel van de gebruikers die hier gebruik van zal maken niet ;-)?

Ik ben is benieuwd hoe dit verhaaltje de komende weken / maanden gaat evolueren…

PS: ik vraag me trouwens ook af hoe de kleinere spelers die al een tijdje grote datalimieten (of een FUP) aanbieden zich nu gaan diversifiëren.

TechDays 2010

Net zoals vorig jaar zal ik ook dit jaar rondlopen op de Microsoft TechDays – een 2-daags (eigenlijk 3 dagen, als je de pre-conference meetelt) event dat Microsoft samen met zijn premium partners op poten zet om zijn doelpubliek (system engineers, system administrators, developpers) op enkele dagen tijd alles uit te leggen over de nieuwste Microsoft technologiën en mogelijkheden.

Net zoals vorig jaar, zal het event plaatsvinden in Metropolis, Antwerpen – een goede keuze want vorig jaar was het event goed georganiseerd met een goed gelegen locatie en genoeg parking. De technische sessies vinden plaats in de bioscoopzalen van het Metropolis complex en eerlijk gezegd kan ik me geen betere manier voorstellen om lezingen en bijhorende presentaties te geven: goede infrastructuur en goede zitplaatsen.

In tegenstelling tot de TechEvents die Microsoft regelmatig organiseert, zijn de TechDays geen gratis aangelegenheid. Via het early-bird programma heb ik (of beter gezegd, mijn werkgever) net geen 400€ betaald (exclusief BTW) voor de twee dagen bij te wonen. Op het eerste zicht lijkt dat veel geld, maar als je eenmaal het event hebt bijgewoond, weet je dat het elke Euro dubbel en dik waard is.De sessies zijn echt technisch, geen sales / marketing uiteenzetting (ok, wel een klein beetje soms, maar dat hoort er ook wel wat bij niet?) waar je echt nieuwe dingen kan opsteken.

Daarnaast is er een rijkelijke cathering voorzien met voor iedereen wat wils. En last but not least, krijg je altijd wel leuke gadgets en andere geschenken mee naar huis. Er is eens een jaartje geweest waar je een Vista Ultimate licentie meekreeg, dus misschien zit er dit jaar wel een Seven Ultimate licentie is de goodiebag, who knows ;-).

Na afloop krijg je trouwens al de sessies van het event netjes op DVD toegestuurd, zodat je achteraf nog is kan recapituleren wat je allemaal gezien hebt.

Concreet: I’ll be there en als u er ook zal zijn, dan stel ik voor dat we een twunch organiseren. Vorig jaar was ik veruit de enige Twitteraar op de TechDays (naast Hans Verbeeck, Arlindo Alves, Miel Van Opstal en Katrien Degraeve – allemaal (ex-)Microsoft medewerkers), dit jaar vermoed ik dat er al veel meer Twitterati zullen rondslenteren. De hashtag is #techdays2010 dus laat iets van u horen als u er ook zal zijn!

Noteer alvast 30-31 Maart en 1 april in uw agenda en vergeet uw toegangsticket niet te bestellen!